Salie – Salvia officinalis
Salie is een bladhoudende vaste plant en wordt 40-80 cm hoog. De bladeren zijn dik, grijs en sterk aromatisch. Zowel de stengel als de bladeren zijn licht behaard en voelen heel zacht/donzig aan. De stengel is vierkant en kan onderaan houtig zijn. De bloemen zijn blauwpaars, soms wit of roze en scheiden een sterke geur af. Bijen zijn er dol op.
In Nederland is de plant niet inheems, maar hij kan ons klimaat wel verdragen. Het geslacht Salie kent circa 900 soorten, maar de echte Salie werkt medicinaal het beste. De echte Salie groeit van oorsprong in het Middellandse Zeegebied op een droge, rotsachtige, zonnige bodem.
Bruikbare delen: Bladeren en bloemen
Smaak: Warm, kruidig en een beetje bitter
Gebruik in de keuken: Als keukenkruid overheerst de smaak van salie makkelijk die van andere kruiden dus gebruik niet te veel. Salie werd door de Romeinen al gebruikt om vet eten beter te kunnen verteren. Het heeft de eigenschap vlees (sneller) mals te maken. Het is lekker bij varkensvlees en kaasgerechten. Van oudsher wordt het samen met ui in vullingen gebruikt. Het smaakt ook goed bij vette vis zoals paling. Salie kan worden toegevoegd aan kruidenazijn, olie en boter. Salieblaadjes kun je ook frituren en als garnering bij salades of pasta’s opdienen. De bloemen van salie kun je in versnipperde vorm tevens gebruiken in salades.
Thee:Â Neem 2 tl verse salie of 1 tl gedroogde salie voor 1 kop. Overgiet met gekookt, iets afgekoeld water en laat 5 minuten trekken.
Eigenschappen: In de natuurgeneeskunde wordt salie gewaardeerd om de werking op de weerstand, bij verkoudheid en op de spijsvertering.
Inwendig gebruik: Weerstand en spijsvertering

