Oost-Indische kers – Tropaeolum majus

  • Komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, wat destijds voor Oost-Indie doorging.

    Oost-Indische kers is van nature meerjarig maar de plant is niet winterhard waardoor hij zich bij ons als 1-jarige gedraagt en afsterft zodra de temperatuur te laag wordt. Het is een kruipend en enigszins klimmend, kruidachtig gewas met stengels tot wel 2 meter lang. Het is een snelle groeier en bedekt snel de bodem.

    De bladeren zijn parasolvormig, de stengel zit in het midden van het blad. De trechtervormige bloemen zijn oranje, rood of geel met een achterwaarts gerichte spoor. De zaden zijn groepjes van 3 en behouden tot 5 jaar hun kiemkracht.

    De Oost-Indische kers werkt als een lokplant zodat andere gewassen minder last van luizen en rupsen hebben.

  • Bruikbare delen: bladeren, bloemen, bloemknoppen en zaden

  • Smaak: scherp/peperachtig, de bloemen zijn milder van smaak met een zoetje

  • Gebruik in de keuken: De jonge bladeren kunnen gebruikt worden in een salade en in smoothies en zijn lekker als pittig broodbeleg op een boterham met oude kaas.

    Oudere bladeren kunnen gestoofd worden of worden toegevoegd in soep. Verder kun je er een heerlijke pesto van maken.

    De bloemen kunnen op azijn gezet worden of als decoratie dienen. Van de onrijpe groene zaden kunnen kappertjes gemaakt worden.

  • Thee: Vers: 2 tl fijngehakt blad en bloem.
    Droog: 1 tl blad en bloem
    Doe dit in een kop en overgiet het met gekookt, iets afgekoeld water en laat 10 minuten trekken.

  • Eigenschappen: Oost-Indische kers is rijk aan vitamine C en wordt in de natuurgeneeskunde gewaardeerd om de werking op de spijsvertering en de antibiotische, ontsmettende en reinigende werking. 

    Let op: Niet gebruiken bij een te langzaam werkende schildklier.

  • Inwendig gebruik: spijsvertering huid en weerstand

Probeer deze recepten ook: